Kabinet ziet woningbouw als sleutel, ondanks groeiende zorgen over hypotheeklasten
Uit antwoorden op Kamervragen over oplopende hypotheeklasten blijkt dat het kabinet de betaalbaarheid van wonen vooral ziet als een gevolg van de aanhoudende woningkrapte. Hoewel onderzoeken van NHG laten zien dat een groeiende groep jonge huiseigenaren financiële druk ervaart, wijst de minister erop dat de gemiddelde woonlastenquote de afgelopen jaren juist is gedaald door stijgende inkomens. Tegelijkertijd erkent zij dat starters en huishoudens met inkomens tot twee keer modaal steeds vaker tegen hun financiële grenzen aanlopen. Zij lenen een groter deel van hun maximale hypotheekcapaciteit en worden geconfronteerd met hoge huizenprijzen en relatief zware woonlasten.
Het kabinet kiest daarom nadrukkelijk voor een aanbodgerichte aanpak. De focus ligt op het versnellen van woningbouw, het wegnemen van bouwbelemmeringen en het ondersteunen van starters via bestaande instrumenten zoals NHG en het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen. Daarnaast verdedigt het kabinet verduurzamingsbeleid en Europese energie-eisen, omdat deze volgens de minister op termijn juist bijdragen aan lagere energielasten. De discussie raakt daarmee aan een bredere beleidsvraag: hoe houd je wonen betaalbaar in een markt waarin woningtekorten, verduurzaming en inkomensontwikkeling steeds sterker met elkaar verweven raken?
Dit is een samenvatting van de volledige brief van de minister aan de 2e Kamer.